HEBT U DAT NOU OOK …?

HEBT U DAT NOU OOK …?

Kneuterige gezelligheid Recent ging ik met mijn vrouw voor een korte vakantie naar Portugal. Omdat we opzagen tegen het drukke Schiphol en de reis er naar toe, besloten we om via Rotterdam te gaan. De rit naar het vliegveld duurde ongeveer 5 minuten. Bij aankomst op Rotterdam- Den Haag Airport (hoe verzin je zo’n naam?) besloot de dame van het informatiepunt ons naar de balie te brengen, want er was toch niemand. Ze bracht ons bij de betreffende balie en zei dat die nog gesloten was. “Nee hoor”, zei de dame achter de balie, “Ik ben al open”. Ze hielp ons aan een geprinte instapkaart, verloste ons van de koffers en stuurde ons naar de koffie in de vertrekhal. Via de beveiliging kwamen we in de vertrekhal zelf, waar het akelig rustig was. Na de koffie en wat leeswerk, kwam de melding dat het vliegtuig vertraging had. Geleidelijk werd het drukker en bleken er die middag 4 vliegtuigen te vertrekken. De vertraging liep voor ons op tot 1 uur, maar toen konden we toch vertrekken. Via een controle, waar werd verteld of je vóór of achter in moest stappen, liepen we tussen afzetlinten door de regen en wind naar een van de twee trappen. Bij de terugreis uit Faro waaide het behoorlijk hard. We waren er zelfs 20 minuten voor de officiële aankomsttijd. Opnieuw moesten we tussen afzetlinten naar de aankomsthal lopen waar de koffers zouden aankomen. Dat bleek een ramp. Het lopende bandje was slechts aan één kant benaderbaar en de ruimte was niet berekend op het aantal mensen (ca 180). Via een gezamenlijke smalle gang voor dames en heren was een toegangsdeur naar de baby- en damesruimte en verderop 2 toiletten voor de heren, zodat er in de gang 2 files ontstonden. De koffers op het bandje kon je (als je geluk had) van korte afstand zien aankomen, omdat de wachtenden opeengepakt

HEBT U DAT NOU OOK …?

Zomer Bij het woord alleen al schieten de herinneringen door mijn hoofd. Het was ook in mijn jeugd wel eens huilen met de pet op wat het weer betreft, maar als kind merkte je dat haast niet. Je speelde buiten tot het donker werd en als het regende, schuilden we samen onder een luifel of afdak en bedachten kattenkwaad. Toen we ouder werden, trokken we er op warme dagen op uit om ergens in een sloot te leren zwemmen. Nu kan ik intens genieten van het zitten in de zon, (met petje omdat de isolatie ontbreekt) of achter het glas om naar de arme sloebers te kijken die zich op de fiets door de regen naar hun werk haasten. Ja, er zijn ook ouders die hun kind per auto naar school brengen, maar dat lijkt mij toch niet zo’n goed idee. Al wat ouder, fietsten we van Delft naar Ouddorp, waarbij je na de oversteek van het Haringvliet nog een heel eind moest, want die pont stak niet recht over. Mijn vader had via via een stalen keet gekocht, met een dak van golfplaten, waarin we dan wel zes weken verbleven. Vrijwel elke dag op het strand, vaak in zwembroek maar soms ook in regenkleding, want je moest naar buiten, het was vakantie. Nog weer ouder leerde ik daar een meisje kennen, die niets ophad met die “overlanders”, maar een aantal jaren later toch met me trouwde. Daar zit ik nu nog mee in de zon. Waar ik me overigens erg aan stoor, zijn die mensen die in koudere perioden in het voorjaar vol trots melden dat er volgende week woensdag kans is op een (eerste) zomerse dag. Optimisten zoals ik plannen dan een dag genieten. Die zomerse dag komt vaak niet op woensdag, of niet in het westen of helemaal niet, door een onverwachte storing. Dat is pas balen!

MO