HEBT U DAT NOU OOK …?

HEBT U DAT NOU OOK …?
De schijf van vijf ….
Ik schreef laatst dat ik wat in de war was. Ik ben er nu achter hoe dat kwam.
Ik luisterde teveel naar de radio en ik las te vaak de krant. Dan raak je pas
echt in de war. Neem nu onze voeding. Eerst lees je dat we allemaal worden
gedwongen om sprinkhanen en meelwormen te eten omdat het vlees te duur
betaald wordt. Te duur door milieumaatregelen, de onrendabele manier van
vlees kweken, de groei van de wereldbevolking en ga zo nog maar even door.
Ik ging me bijna zorgen maken, want ik ben een fervent vleeseter. Net op
tijd las ik dat meer dan 50 gram vlees per dag, week of jaar ( dat stond er
niet bij) schadelijk was. Bewerkt vlees? Is niet alle vlees bewerkt dan? Nou
ja, ik eet graag een mals stukje biefstuk. Hemeltje, rood vlees is ook niet
veilig! En dan de schijf van vijf. Vanaf mijn prille jeugd ben ik opgevoed
met deze schijf, soms aangepast door mijn ouders vanwege de financiën. Ik
ben er veel ouder mee geworden dan ik ooit had gedacht.Bijna wekelijks
lees je in de krant dat oudjes bestolen zijn van (bijna) al hun geld dat op de
betaalrekening stond. Ik voel mij inderdaad bestolen, omdat mijn pensioen
al jaren gelijk blijft en nog lang zal blijven omdat ze de regels veranderd
hebben, maar mijn kleiner wordende reservepotje staat natuurlijk niet op de
betaalrekening, maar op een andere bankrekening.
Kortom, door niet meer zoveel te lezen in de krant en door minder te luisteren
naar de radio, word ik misschien wat minder verward. Mocht ik toch
weer verward raken, waarschuw me dan. Ik schakel dan zo snel mogelijk
terug naar mijn biefstukje en de oude schijf van vijf.
MO

HEBT U DAT NOU OOK …?

HEBT U DAT NOU OOK …?

Kneuterige gezelligheid Recent ging ik met mijn vrouw voor een korte vakantie naar Portugal. Omdat we opzagen tegen het drukke Schiphol en de reis er naar toe, besloten we om via Rotterdam te gaan. De rit naar het vliegveld duurde ongeveer 5 minuten. Bij aankomst op Rotterdam- Den Haag Airport (hoe verzin je zo’n naam?) besloot de dame van het informatiepunt ons naar de balie te brengen, want er was toch niemand. Ze bracht ons bij de betreffende balie en zei dat die nog gesloten was. “Nee hoor”, zei de dame achter de balie, “Ik ben al open”. Ze hielp ons aan een geprinte instapkaart, verloste ons van de koffers en stuurde ons naar de koffie in de vertrekhal. Via de beveiliging kwamen we in de vertrekhal zelf, waar het akelig rustig was. Na de koffie en wat leeswerk, kwam de melding dat het vliegtuig vertraging had. Geleidelijk werd het drukker en bleken er die middag 4 vliegtuigen te vertrekken. De vertraging liep voor ons op tot 1 uur, maar toen konden we toch vertrekken. Via een controle, waar werd verteld of je vóór of achter in moest stappen, liepen we tussen afzetlinten door de regen en wind naar een van de twee trappen. Bij de terugreis uit Faro waaide het behoorlijk hard. We waren er zelfs 20 minuten voor de officiële aankomsttijd. Opnieuw moesten we tussen afzetlinten naar de aankomsthal lopen waar de koffers zouden aankomen. Dat bleek een ramp. Het lopende bandje was slechts aan één kant benaderbaar en de ruimte was niet berekend op het aantal mensen (ca 180). Via een gezamenlijke smalle gang voor dames en heren was een toegangsdeur naar de baby- en damesruimte en verderop 2 toiletten voor de heren, zodat er in de gang 2 files ontstonden. De koffers op het bandje kon je (als je geluk had) van korte afstand zien aankomen, omdat de wachtenden opeengepakt

HEBT U DAT NOU OOK …?

Zomer Bij het woord alleen al schieten de herinneringen door mijn hoofd. Het was ook in mijn jeugd wel eens huilen met de pet op wat het weer betreft, maar als kind merkte je dat haast niet. Je speelde buiten tot het donker werd en als het regende, schuilden we samen onder een luifel of afdak en bedachten kattenkwaad. Toen we ouder werden, trokken we er op warme dagen op uit om ergens in een sloot te leren zwemmen. Nu kan ik intens genieten van het zitten in de zon, (met petje omdat de isolatie ontbreekt) of achter het glas om naar de arme sloebers te kijken die zich op de fiets door de regen naar hun werk haasten. Ja, er zijn ook ouders die hun kind per auto naar school brengen, maar dat lijkt mij toch niet zo’n goed idee. Al wat ouder, fietsten we van Delft naar Ouddorp, waarbij je na de oversteek van het Haringvliet nog een heel eind moest, want die pont stak niet recht over. Mijn vader had via via een stalen keet gekocht, met een dak van golfplaten, waarin we dan wel zes weken verbleven. Vrijwel elke dag op het strand, vaak in zwembroek maar soms ook in regenkleding, want je moest naar buiten, het was vakantie. Nog weer ouder leerde ik daar een meisje kennen, die niets ophad met die “overlanders”, maar een aantal jaren later toch met me trouwde. Daar zit ik nu nog mee in de zon. Waar ik me overigens erg aan stoor, zijn die mensen die in koudere perioden in het voorjaar vol trots melden dat er volgende week woensdag kans is op een (eerste) zomerse dag. Optimisten zoals ik plannen dan een dag genieten. Die zomerse dag komt vaak niet op woensdag, of niet in het westen of helemaal niet, door een onverwachte storing. Dat is pas balen!

MO

MO

vergadering2

 

de verhalen van MO

Archief